Press & Reviews


Lagen die blijven

door Yves Joris | 15 mei 2026 | Art expo, Art interview | 0 Reacties

Een gesprek met Anouk Van de Wal over intuïtie, laagwerk en de palliatieve zorg van een bloem in een vaas

Bij sommige kunstinterviews verlaat je de galerie met meer vragen dan je had meegebracht – en dat is een compliment. Anouk Van de Wal praat over haar werk terwijl de werken zelf aanwezig zijn, hangend in de voormalige garageruimte die DEUSS Gallery ELSEWHERE voor dit weekend heeft ingenomen. Gelaagd, zorgvuldig belicht, doordrongen van materialen die al ergens anders geweest zijn. Stoffen die ooit een kledingcollectie waren. Boeken die ooit van een vader waren. Bloemen die al dood zijn voor ze gefotografeerd worden.

Bijna een jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met haar werk – een ontmoeting die, zoals de beste kunstontmoetingen, niet losraakte. Nu toont ze haar nieuwe reeks in Holding the Gaze, de tentoonstelling waarmee DEUSS Gallery ELSEWHERE haar deuren opent voor Antwerp Art Weekend 2026. Naast Thibeau Scarceriaux, Karel Fonteyne en Wing Shya toont Van de Wal werk dat vertrekt vanuit een eenvoudige maar veeleisende vraag: wat doet een beeld met je als je er langer naar kijkt dan de wereld van je vraagt?

Staande voor haar werken spraken we over intuïtie als werkwijze, over de spanning tussen controle en toeval, over Gainsbourg en Gone with the Wind en een tulp als filosofisch object. En over een vaas water die misschien het eerlijkste ding is dat je iemand kunt geven.

Je nieuwe reeks vertrekt vanuit stoffen – restanten van de laatste handcollectie van Dries van Noten. Hoe ben je bij dat materiaal geraakt?

Ik werk altijd in lagen, en op een gegeven moment wou ik evolueren naar een ander soort materiaal. Tot dan had ik voornamelijk met papier of gevelstenen gewerkt. Dries van Noten stopte dat seizoen, en ik ben naar die stokverkoop gegaan en heb stoffen gekocht van zijn laatste collectie. Close-ups, goed belicht in de studio, een beetje opgespannen – niet te veel, zodat je nog de beweging voelt, maar zonder dat het echt begint te golven. Dit werk heet I Like The Way You Move. De naam zegt het al.

Voor Dries van Noten is die stof een afgewerkt product. Wat is het voor jou?

Zowel afgewerkt als niet. Voor hem is het een eindpunt – er moet nog een kledingstuk van gemaakt worden, dat wel. Maar het is al een ding op zich. Ik gebruik het in mijn beeld ook als afgewerkt product, en tegelijk is het dat niet, want ik wil die fluïditeit meenemen. De textuur, de structuur, de print. Ik haal veel kleur eruit, waardoor het bijna een tekening wordt – heel fijne lijnen, en die beweging versterkt dat. Lagen op lagen. In dit geval ook nog een laag van een gevelsteen.

Er is iets mooi tegenstrijdigs aan die keuze: het meest tijdgebonden materiaal – mode – wordt de basis voor iets dat wil blijven.

Dat heb ik zo niet bewust bedacht, maar je hebt gelijk. Vanuit hetzelfde basismateriaal maakt Dries er een kledingstuk van, ik een foto. Twee eindpunten die vertrekken van hetzelfde weefsel. Dat vind ik eigenlijk heel mooi dat je het zo ziet.

In dezelfde reeks zijn bloemen als centraal motief opgedoken. In de kunstgeschiedenis en zeker in de fotografie zijn bloemen zo beladen dat het bijna een val is.

Precies. Elke kunstenaar van de oude meesters tot nu heeft iets met bloemen gedaan. Ik vond het voor mijzelf een uitdaging, maar ik heb gemerkt dat ik het heel moeilijk vond. Met die lagen kom je in de fotografie van bloemen snel op het decoratieve terecht. Dan denk je: dit lijkt op een doodsprentje. Of een boekencover. Dan gaat dat werk in de vuilnisbak – beeld en al.

En toch ben je verder gegaan.

Ik wil het dan absoluut kunnen en ik blijf zoeken. Voor proefopnames heb ik zoveel verschillende bloemen gekocht dat ik snel begreep welke bloem werkte. Ik moest echt een eigen licht vinden voor die bloemen, anders dan ik normaal gewend was. Het mocht niet te perfect zijn. Ik ben zelfs zo ver gegaan dat ik bloemen deconstrueerde om ze vervolgens met spelden opnieuw samen te brengen. Maar dat werkte dan ook niet. Mijn zoektocht was lang.

Ingrid (Deuss) speelde een rol in de doorbraak, begrijp ik.

Ik had een aantal werken klaar en had haar gebeld – bij wijze van spreken writer's block. Ze moest komen zien. En ze zei: ik zie geen bloem meer, ik zie jouw werk. Dat was het signaal dat ik nodig had. Dat mijn gevoel nog klopte, ook al botste ik er zo diep tegenaan. Soms heb je iemand nodig die van buiten naar binnen kijkt.

Welke bloem is je favoriete fotomodel?

Een bloem die een beetje grilligheid heeft. Een tulp – maar dan de grillige soorten. Ik heb echt op de muur staan kijken wat de vorm van dat blad is, hoe open het staat op dat moment, al die kleine details. Ik bekijk bloemen nu heel anders dan vroeger.

Er zijn ook werken waarbij het toeval een rol speelde dat je in de studio eigenlijk had willen uitschakelen.

Dat mis ik soms, ja. In mijn vorige reeks ging ik altijd buiten fotograferen en liet ik veel aan het toeval over – ik fotografeerde het toeval. In het atelier heb je die spelingsruimte om te experimenteren, maar je verliest ook die onverwachte beweging, die windvlaag. Ik moest een ander soort onverwachtheid leren zoeken.

Er zitten tekstfragmenten in je werken – woorden, zinnen, hele bladzijden van boeken. Hoe zijn die teksten binnengekomen?

Mijn vader is in december gestorven. Wat hij mij het meeste heeft bijgebracht, was taal en boeken. Ik ben zonder televisie opgegroeid, maar met een hele boekenkast – die moesten we allemaal gelezen hebben. Toen hij stierf, ben ik bepaalde boeken terug beginnen vastnemen. Boeken die mij aan hem deden denken, die ik van hem had gekregen. En voilà, één van die werken vertrekt vanuit een boek van Serge Gainsbourg. Maar dat is niet bewust gepland. Ik heb dat pas nadien beseft. Het is niet voorbedacht – het kruiste mijn pad op dat moment.

Wat me ook opvalt zijn de originele titels die bij elk werk horen. Waar vind je de inspiratie?

Ik noteer zinnen die mij raken in een boekje, en soms val ik op een zin terug en denk ik: dit past als titel bij dat werk. Het is een puzzel die samenvalt. Werken die ontstaan vanuit een zin – nee, dat niet. Het beeld is er eerst. De zin valt er nadien mee samen.

Gainsbourg past ook inhoudelijk: de ironie, het mannelijke zelfbewustzijn, de erotische ondertoon.

Ik haal heel veel uit zijn ironie, en daar vind ik mezelf sterk in terug. He Must Be Bulletproof – die boom, die kracht, die viriliteit. En dan de tekst: een gentleman, een tennisman, perfect in alles. Die krijgt alle lof en alle matches en alle fans op een schoteltje. Dan moet hij wel bulletproof zijn. Maar er is ook iets kwetsbaars aan die perfectie. Iemand die alles heeft, moet misschien ook het meest beschermd worden.

He must be bulletproof, 90 x 64,5 cm
Fine art print on Hahnemühle Rice paper 100g/ m2 in a wengé frame
with art glass and mat / passe partout.

I'm a 9.5 on a bad day. Nog zo'n titel die me doet glimlachen.

Dat is precies zo'n zin die ik heb genoteerd en die ik niet kon loslaten. Die bloem – die staat er zo een beetje protserig, maar ook als een ballerina. Die combinatie van grandeur en kwetsbaarheid. Ik hoor die zin en ik zie die bloem. Dat is hetzelfde ding.

Je zegt voortdurend dat je op intuïtie werkt. Maar die intuïtie is ook heel berekend – je gooit werken weg, je stelt grenzen, je herkent het moment dat iets te decoratief wordt.

Ja, dat klopt. Het is intuïtief, maar het is geen toeval. Ik weet niet op voorhand wat ik ga maken. Ik start van een wit canvas en ik bouw op. Maar wanneer iets op een te gevaarlijke grens zit – wanneer ik voel: oei, dit wordt een boekencover, dit wordt decoratie – dan wil ik er niets meer mee te maken hebben. Dan gaat alles weg. De grens is heel fijn, maar ik voel die.

Is er een grootste gemene deler in die momenten waarop een werk klopt?

Dat is moeilijk te zeggen. Ik denk niet dat er een lijn in zit. Soms werkt een gekleurde band – die geeft een extra laag die iets opentrekt. Maar bij een ander beeld wordt diezelfde band ineens decoratief, en dan gaat het werk weg. Dat is echt intuïtief. Ik wil altijd een zekere sereniteit, maar ook spanning. Die twee dingen tegelijk – dat is wat ik zoek.

Wanneer is een beeld af?

Louter gevoelsmatig. Zoals een schilder die zegt: ja, het is klaar, of nee, er moet nog iets bij. Bij mij is dat hetzelfde. Ik voel dat het nog niet helemaal klopt. En soms doe ik iets weg wat er eigenlijk niet eens meer stond – dat kan ik niet uitleggen, maar ik doe het omdat ik voel dat ik het moet doen.

Dat is bijna mystiek.

Misschien. Maar het is ook gewoon eerlijk. Ik weet niet wat ik doe, in die zin dat ik het niet op voorhand weet. Ik doe iets, en ik zie wat het doet. Dat is het enige dat ik kan zeggen.

Er is iets opvallends aan je reeks: de bloemen zijn altijd op het randje. Niet in volle bloei, maar in die tussenzone.

Dat is iets waar ik tijdens het werk op ben gebotst. Mijn werk gaat niet over vergankelijkheid – dat was mijn intentie niet. Maar op een gegeven moment werd ik me zo bewust van wat die bloemen zijn. Een bloem op zich in een vaas is dood. Dat vaasje is palliatieve zorg. Het water is palliatieve zorg voor een stervende bloem. En iedereen koopt die bloemen gewoon als decoratief object, om huizen op te fleuren. Maar tegelijkertijd is het dode materie die daar staat.

Palliatieve zorg van een bloem. Dat is een beeld dat blijft.

Ik zie vergankelijkheid, maar ik weet niet of ik dat zo wil verwoorden. Misschien moeten mensen dat ook niet op die manier zien. Maar dat is wel hoe ik kijk. Ik was me heel sterk bewust van al die beladen betekenissen – de decoratie, de dood, de schoonheid die al op weg is. En ik gaf er dan nog extra lagen aan. Dat is misschien waar mijn werk het eerlijkst is: onbewust.

Is dat het verschil tussen kunst en decoratie – die extra laag die je niet gevraagd hebt?

Decoratie heeft niet die gelaagdheid, die beladenheid, dat grillige. Decoratie zie je vandaag en je ziet morgen hetzelfde. Kunst zie je afhankelijk van je stemming. Je zou er telkens iets anders in moeten zien. Dat is het verschil voor mij.

Vindt je dat je moeilijk werk maakt voor de kijker?

Ik heb nooit die indruk. Ik geloof dat mijn werk open genoeg is dat iedereen er op zijn manier iets uithaalt. Het ene beeld geeft meer ruimte voor interpretatie – je brein gaat in alle richtingen omdat er veel gebeurt. Het andere geeft meer ruimte voor verbeelding – er gebeurt zo weinig, dat je andere connecties legt. Dat is een verschil, maar geen hiërarchie.

Maak je dit werk ook voor jezelf?

Alle werken die gemaakt zijn, zijn gerelateerd aan een bepaalde fase in je leven. Dat is een stukje toeval dat erin komt. In dit geval is dat de dood van mijn vader, de stoffen van Dries, die bloemen. Ik wil daar niet méér betekenis aan geven dan er is. Gainsbourg zei ooit: Tout le monde est musicien, waar hij naar mijn gevoel ook mee bedoelt dat iedereen kunstenaar is Ik denk dat ook. En ik hoop dat iedereen kunstenaar is van zijn eigen leven, alvast.

After all, tomorrow is another day, 62 x 44 cm
Fine art print on Hahnemühle Rice paper 100g/ m2 in a wengé frame
with art glass and mat / passe partout.

Holding the Gaze – DEUSS Gallery ELSEWHERE, Antwerpen. 14 mei – 21 juni 2026. Antwerp Art Weekend 2026. Met werken van Thibeau Scarceriaux, Karel Fonteyne, Wing Shya en Anouk Van de Wal.
Lees ook: De melancholie van Anouk Van de Wal (kunstflaneur.be, mei 2025).



The melancholy of Anouk Van de Wal

by Yves Joris | May 31, 2025 | Art expo, Artist |


There is a way of looking that does not register but translates, from the outside world to the inside world. In the exhibition 6 Steps to Living Your Best Life, which runs from May 22 to June 15, 2025, in the temporary space of Deuss Gallery in Kloosterstraat in Antwerp, photographer Anouk Van de Wal presents a body of work that lies precisely on that boundary: between perception and intuition, between photography and painting, between silence and disturbance. Her work cannot be read as a report of reality, but rather as a sensory fluid that moves through memory.


Images as letters

Van de Wal grew up without television or comic books, but with a subscription to National Geographic. That monthly stream of images, detached from context and text, formed her first visual alphabet. For her, the photos were not illustrations, but narratives in their own right. What fascinated her was not their documentary value, but the feelings the images evoked. It is this early perspective that still influences her visual language today, which moves more in registers of atmosphere and stillness than in sharp definitions.

After studying at Sint-Lucas Brussels, Van de Wal developed as an artist who prefers to interpret rather than record. Her work is rooted in analog photography, but she systematically undermines the expectations associated with it. She removes color, stacks transparent layers on top of each other, and uses rice paper as a carrier, which gives the images an almost breathing, fragile quality. Her photography thus moves on the borderline with painting. It is no coincidence that she sometimes refers to herself as a painter trapped in the body of a photographer.
A bicycle accident several years ago brought an abrupt change in her life. The world became smaller, her field of vision more limited, and time seemed to slow down. During that period, she began working with sunlight prints: objects were placed on paper and 'drawn' by the light. The process was slow, patient, elementary. It gave her the opportunity to learn to look again, paying attention to what was close by and overlooked. That experience has had a lasting influence on her aesthetics. What we see now are images that testify to an intimate, slow interaction with the world.


The sound of isolation

Van de Wal often photographs with loud music in her ears, usually Bach. Not as accompaniment, but as a boundary. She wants to shut out the rustling of leaves, the singing of birds, the whispering of the wind. Nature as it presents itself is distracting. She is not looking for a document of reality, but a constructed mental space in which she can look freely. The result is not a landscape in the classical sense, but a state of mind – independent of place or time.

At first glance, the title of the exhibition, 6 Steps to Living Your Best Life, sounds like an ironic nod to the self-help discourse of our time. In contrast to this are the images themselves, which proclaim or promise nothing, but simply open up a gentle space for reflection and memory. Here there are no polished success stories, but a vulnerable search for meaning, direction, and presence. Life cannot be summarized in six steps, Van de Wal seems to say, but unfolds in hesitant movements, detours, and silences.


Photography as whispering poetry

The photographs in this exhibition were given titles such as Please forgive me for being late again, I've been looking for too long and Didn't mean to disrupt the silence. They sound like sentences from an unfinished letter, like fragments of an inner dialogue. Instead of explanations, they are whispers. They give direction to the image without defining it. Everything remains open, suggestive, as if the photographer asks more questions than she provides answers.

The work Go Your Own Sweet Way is a striking example of this. Not only is the title poetically charged, it also refers to the song of the same name by The Notting Hillbillies. That song resonates with a mild melancholy, a quiet acceptance of the fact that some paths can only be walked alone. The same tone is evident in the composition: soft in color, diffuse in form, open to interpretation. The choice to follow one's own path is not presented here as an act of resistance, but as something that happens naturally, though melancholically.


A unique voice in Belgian photography

Anouk Van de Wal occupies a unique place in contemporary Belgian photography. Her work is reminiscent of Dirk Braeckman's tranquil images, but also carries a sensitivity related to the oeuvre of Masao Yamamoto. Like Yamamoto, Van de Wal explores the poetry of the ephemeral, of the barely perceptible. Her work is imbued with an awareness of transience, a gently melancholic view of things that stems from the Japanese concept of mono no aware: the emotional awareness of transience and the beauty that lies within it. She works with light and paper, but her approach is that of a painter: layer upon layer, with a sense of texture, nuance, and rhythm.

Anouk Van de Wal invites slowness. Her images compel the gaze to slow down, to linger, to surrender to a form of seeing that feels rather than knows. In an age when images are often loud and fleeting, her photographs offer a rare moment of silence. And it is precisely that silence that lingers long after viewing.




De melancholie van Anouk Van de Wal

door Yves Joris | 31 mei 2025 | Art expo, Artist | 

Er bestaat een vorm van kijken die niet registreert maar vertaalt, van buitenwereld naar binnenwereld. In de tentoonstelling 6 Steps to Living Your Best Life, die loopt van 22 mei tot 15 juni 2025 in de tijdelijke ruimte van Deuss Gallery in de Kloosterstraat in Antwerpen, toont fotograaf Anouk Van de Wal een oeuvre dat zich precies op die grens bevindt: tussen waarnemen en aanvoelen, tussen fotografie en schilderkunst, tussen stilte en verstoring. Haar werk laat zich niet lezen als een verslag van de werkelijkheid, maar eerder als een zintuiglijk fluïdum dat door het geheugen beweegt.


Beelden als brieven

Van de Wal groeide op zonder televisie of stripverhalen, maar met een abonnement op National Geographic. Die maandelijkse stroom beelden, los van context en tekst, vormde haar eerste visuele alfabet. De foto's waren voor haar geen illustraties, maar op zichzelf staande vertellingen. Wat haar fascineerde was niet de documentaire waarde, maar het gevoel dat de beelden opriepen. Het is die vroege blik die vandaag nog altijd doorwerkt in haar beeldtaal, die zich eerder beweegt in registers van atmosfeer en verstilling dan in scherpe definities.

Na haar studies aan Sint-Lucas Brussel ontwikkelde Van de Wal zich als een kunstenaar die liever interpreteert dan registreert. Haar werk wortelt in de analoge fotografie, maar ze ondermijnt systematisch de verwachtingen die daarmee gepaard gaan. Ze haalt kleur weg, stapelt transparante lagen over elkaar en maakt gebruik van rijstpapier als drager, wat de beelden een haast ademende, kwetsbare kwaliteit geeft. Haar fotografie beweegt zich daardoor op het grensvlak met schilderkunst. Niet toevallig noemt ze zichzelf wel eens een schilder gevangen in het lichaam van een fotograaf.

Een fietsongeval bracht enkele jaren geleden een abrupte wending in haar leven. De wereld werd kleiner, haar blikveld beperkter, en de tijd leek te vertragen. In die periode begon ze te werken met zonlichtafdrukken: objecten werden op papier gelegd en door het licht 'getekend'. Het proces was traag, geduldig, elementair. Het gaf haar de kans opnieuw te leren kijken, met aandacht voor wat vlakbij en over het hoofd gezien lag. Die ervaring heeft haar esthetiek blijvend beïnvloed. Wat we nu zien zijn beelden die getuigen van een intieme, trage omgang met de wereld.

De klank van afzondering

Van de Wal fotografeert vaak met luide muziek in haar oren, meestal Bach. Niet als begeleiding, maar als afbakening. Ze wil het geritsel van bladeren, het gezang van vogels, het ruisen van de wind buitensluiten. De natuur zoals ze zich aandient, leidt af. Ze zoekt geen document van de werkelijkheid, maar een geconstrueerde mentale ruimte waarin ze vrij kan kijken. Zo ontstaat geen landschap in de klassieke zin, maar een gemoedstoestand – los van plaats of tijd.

De titel van de tentoonstelling, 6 Steps to Living Your Best Life, klinkt op het eerste gezicht als een ironische knipoog naar het zelfhulpdiscours van onze tijd. In contrast daarmee staan de beelden zelf, die niets verkondigen of beloven, maar enkel een zachte ruimte openen voor reflectie en herinnering. Hier geen opgepoetste succesverhalen, maar een kwetsbare zoektocht naar zin, richting en aanwezigheid. Het leven laat zich niet samenvatten in zes stappen, lijkt Van de Wal te zeggen, maar ontvouwt zich in aarzelende bewegingen, in omwegen en in stiltes.

Fotografie als fluisterende poëzie

De foto's in deze tentoonstelling kregen titels als Please forgive me for being late again, I've been looking for too long of Didn't mean to disrupt the silence. Ze klinken als zinnen uit een onafgemaakte brief, als fragmenten van een innerlijke dialoog. In plaats van verklaringen zijn het fluisteringen. Ze geven een richting aan het beeld, zonder het vast te leggen. Alles blijft open, suggestief, alsof de fotografe meer vragen stelt dan antwoorden biedt.

Het werk Go Your Own Sweet Way is daarvan een treffend voorbeeld. Niet alleen is de titel poëtisch geladen, hij verwijst ook naar het gelijknamige nummer van The Notting Hillbillies. In dat lied klinkt een milde melancholie door, een stille aanvaarding van het feit dat sommige wegen alleen bewandeld kunnen worden. Diezelfde toon spreekt uit de compositie: zacht van kleur, diffuus van vorm, open voor interpretatie. De keuze om een eigen pad te volgen wordt hier niet als daad van verzet voorgesteld, maar als iets wat vanzelfsprekend, zij het weemoedig, gebeurt.

Een unieke stem in de Belgische fotografie

Binnen de hedendaagse Belgische fotografie neemt Anouk Van de Wal een unieke plaats in. Haar werk sluit aan bij de verstilde beelden van Dirk Braeckman, maar draagt ook een gevoeligheid in zich die verwant is aan het oeuvre van Masao Yamamoto. Zoals Yamamoto verkent Van de Wal de poëzie van het efemere, van het nauwelijks waarneembare. In haar werk sluimert het besef van vergankelijkheid, een zacht-melancholische blik op de dingen die komt uit het Japanse mono no aware: het emotionele bewustzijn van de vergankelijkheid en de schoonheid die daarin schuilt. Ze werkt met licht en papier, maar haar benadering is die van een schilder: laag op laag, met gevoel voor textuur, nuance en ritme.


Anouk Van de Wal nodigt uit tot traagheid. Haar beelden dwingen de blik om te vertragen, om te blijven hangen, om zich over te geven aan een vorm van kijken die eerder voelt dan weet. In een tijd waarin beelden vaak luid en vluchtig zijn, bieden haar foto's een zeldzaam moment van stilte. En het is precies die stilte die lang blijft nazinderen.


Pers over Anouk Van de Wal

Kunstcriticus Yves Joris beschrijft het werk van Anouk Van de Wal als een unieke visie tussen "fotografie en schilderkunst", waarin kijken niet registreert maar "vertaalt naar zintuiglijke ervaringen". Haar oeuvre creëert "atmosfeer, verstilling en intimiteit", en nodigt uit tot reflectie en een trager, aandachtiger kijken. In titels die als "poëtische zinnen" aanvoelen, ontstaat een dynamiek tussen kunstwerk en toeschouwer, los van klassieke interpretaties.